Omtrent Cardijn

Omtrent de zaligverklaring van Kardinaal Cardijn

Op 16 januari 2014 werd in het aartsbisschoppelijk paleis in Mechelen de eerste stap gezet voor de zaligverklaring van Kardinaal Cardijn (1882-1967). Een bericht als een ander, al was hij tijdens de eerste helft van de vorige eeuw niet enkel de grote meneer van de Wereld-K.A.J., maar daarnaast ook de ingoede, begrijpende mens. De “onderpastoor” met het Kardi­naalsrood om de lenden. De man die in een paleis had moeten leven, al woonde hij sober en armtierig in een straat die – o ironie! – de Paleizenstraat werd genoemd.

Toen ik in 1962 de kans kreeg hem in opdracht van weekblad Ons Volk in zijn “heiligdom” te ontmoeten, deed ik de stap van de sprakeloze interviewer die een geestelijke leider veronder­stelde, die troonde in een pracht van een paleis. Niets echter van dit alles! Niets van die ver­meende praal! Cardijn liet mij binnen in een alledaags vertrek, met wankele stoelen en een verouderd bureel. Met een kapstok uit “Jezekenstijd”.

Karel De Decker in 1962 ten huize van de toenmalige  Monseigneur Cardijn.Karel De Decker in 1962 ten huize van de toenmalige  Monseigneur Cardijn.

Wij ontdekten de lokale K.A.J. vlak na de bevrijding, door toedoen van het maandblad “Be­vrijding” dat in september 1944 voor het eerst verscheen. We beleefden bij de plaatselijke afdeling heerlijke dagen. We voelden ons thuis tussen de Tisseltse jongeren. We troffen er "Marcel en Lowie van de Rout", "Bere en Jos Gebeng", "Jang van Koene" en tal van anderen. "De Vivijsen" waren de toenmalige vaandeldragers. Voordien waren Frans en Jos Reyniers het lei­dende duo. We deden aan soldatenactie en speelden toneel.

De tijd van Cardijn was al bij al een mooie tijd. Enkel de herinnering en de Tisseltse “Kardinaal Cardijnlaan” zijn overgebleven.

bijdrage en illustratie: Karel De Decker