Levensduurte

Uit "Losse grepen uit de geschiedenis van Willebroek" van Karel Moeremans, geven we een aantal cijfers volgens de aantekeningen van J. Fr. Van Baelen uit Blaasveld, opgetekend tussen 1848 en 1860.

Karel Moeremans geeft een aantal cijfers volgens de aantekeningen van J. Fr. Van Baelen uit Blaasveld, opgetekend tussen 1848 en 1860.

  • De paarden kostten van 500 tot 750 Fr. Een koe bereikte 200 tot 350 Fr.
  • De tarwe ging gemiddeld 25 Fr. de 100 Kg ; masteluin bereikte 29 Fr. ; gerst 24 Fr. ; haver 23 Fr. en rogge 25 Fr.
  • Het vlas gaf 1,70 Fr. gezwingeld per Kg - Koolzaad 44 Fr. de 100 Kg - Lijn of vlaszaad 33 Fr. de 100 Kg.
  • Een liter volle melk kostte 0,15 Fr. ; de boter bereikte 15 stuivers of 1,36 Fr. ; eieren 13 stuivers en half of 1,23 Fr. voor 25 stuks.
De lonen van knechten en meiden waren natuurlijk in evenredigheid:
  • Een hoeveknecht, flink labeurder, won per jaar zestig gulden of 108,60 Fr. + 6 Fr. toeslag.
  • Een volslagen meid verdiende 30 gulden of 54,30 Fr. + 10 ellen wit en 2 ellen grof lijnwaad en 5 Fr. toeslag.
Het los werkvolk ten tijde van de oogst en van het vlastrekken werd in daghuur betaald:
  • Voor het maaien van het hooigras, van 's morgens 4 ure tot 's avonds, 15 stuivers of 1,36 Fr.
  • Voor het pikken van het graan, van 5 ure 's morgens tot 's avonds, 15 stuivers of 1,36 Fr.
  • Voor het helpen bij de vlasstreip, betaalde de boer 1 Fr. en de kost. - Het vrouwvolk kreeg 6 stuivers of 0,54 Fr.