Dialect

Vrij uit: "Kapelle op den Bos, vroeger en nu", door H. Van De Ven en "Willebroek, van landbouwdorp tot industriegemeente", door Tony De Herdt en Tine Rabhooy.

Ons dialect komt in grote lijnen overeen met dat van de buurgemeenten, "echte" Tisselaars beweren echter dat er verschillen zijn in uitspraak van sommige woorden tussen de bewoners van de Oost- en de Westzijde van het kanaal.

Uitspraak
Enkele algemene vaststellingen: (de uitzonderingen bevestigen de regel!)
oe = ie : groen wordt grien
ee = ij : beek wordt bijk, langs de Westkant: baik
uu = ie : uur wordt ier, schuur wordt schier
aa = ou : staan wordt stoun
Woordenschat
Typische dialectwoorden voor Tisselt en omstreken:
  schroeber borstel
  pontekoek peperkoek
  heps hesp
  cintroenen citroenen
  liër ladder
  knoesel enkel
  blaffetieren vensterluiken
  petatteschelder aardappelmesje
  koeffelijr prutser
  stekelbezen stekelbessen
  kladpapier vloeipapier
  pardessu overjas
  krowougen kruiwagen
  lijpel lepel
  verket vork
  zjat tas
  talloor bord
  gringel grendel
  hommes kapmes
  kalissenhaat zoethout
  errebol knikker
  berrevoets blootsvoets
  pertang nochtans
  fleus straks
  voor asprès gewild
  de moëre zoot de waterketel kookt
  blave stiën blauwe steen (vroegere boordsteen langs het kanaal)